Pijnbeleid

Pijnbeleving

Wat is pijn?

Pijn is wat je voelt als er iets niet goed zit in het lichaam of wanneer het lichaam op één of andere manier beschadigd raakt. Met het oog daarop heeft pijn een belangrijke signaalfunctie en is pijn dus niet per definitie ongewenst.

Pijn is altijd subjectief. Iedere persoon leert door ervaringen, cognitieve en emotionele ontwikkeling pijn te uiten tegen de achtergrond van zijn cultuur (International Association for the Study of Pain, www.iasp-pain.org).

Het onvermogen om te communiceren (bijvoorbeeld bij pasgeborenen of meervoudig complex gehandicapten) betekent niet dat iemand geen pijn ervaart en geen behandeling nodig heeft.

 

handen

Hoe bestrijd je pijn?

Er zijn allerlei goede redenen om van pijn af te willen: pijn vertraagt de genezing en verstoort de slaap en de eetlust. Pijn belemmert kinderen in hun spel, school en ontwikkeling en verstoort het sociale leven van volwassenen. Pijn is een nare ervaring, die mensen bang en onzeker maakt. Het goede nieuws is dat je er best veel aan kunt doen.

 

Een luisterend oor

De eerste stap om van pijn af te komen is door erover te praten. Voor alle mensen met pijn, en vooral voor jonge kinderen, is het heel belangrijk dat zij zich gehoord voelen. De machteloosheid van het ervaren van pijn, maar dat niet kenbaar kunnen maken, geeft veel stress. Juist ook voor deze doelgroep kan Jonkman Pijnzorg een waardevolle bijdrage leveren in het betrouwbaar meten van pijn.

Meten en aanpakken

Het meten van pijn, bijvoorbeeld met behulp van pijnschalen, geeft een helder beeld van de pijnbeleving. Als je pijn goed meet en monitort, kun je het effectief en langdurig behandelen. Pijnmetingen laten zien of het nodig is om pijnbeleid te starten, aan te passen of te kiezen voor niet-medicamenteuze interventie. Er zijn diverse protocollen voor pijnmeting beschikbaar. Jonkman Pijnzorg werkt met verpleegkundige protocollen, zoals VAS, de Gezichtjesschaal, FLACC en de Comfortschaal.

Pijnschalen

0 - 4 jaar

Comfortschaal

De Comfortschaal is een gedragsobservatieschaal die ontwikkeld is vanuit het Sophia Erasmus MC te Rotterdam. Met gebruikmaking van een scorelijst observeert de verzorger de patiënt aan de hand van zeven items. Een score boven de 17 is een indicatie dat het kind pijn kan hebben.

VAS verpleegkundige of FLACC + VAS verpleegkundige

De FLACC (Faces, Legs, Activity, Cry and Consolability) is een gedragsobservatieschaal. Dit houdt in dat de verzorger het kind tijdens de verzorging observeert aan de hand van een scorelijst (0-10); grimas in het gezicht, beweeglijkheid en dergelijke. Een score tussen de 3 en 7 betekent matige pijn en een score hoger dan 7 geeft ernstige pijn aan. Als verzorger probeer je uit te zoeken wat de oorzaak zou kunnen zijn, zoals: zit het infuus nog wel goed, heeft het kind honger, angst of verdriet? Naast de observatieschaal geeft de verpleegkundige een cijfer (0-10) voor het welbevinden van het kind.

De oorspronkelijke versie van deze schaal is herzien door het WKZ. Jonkman Pijnzorg maakt gebruik van deze verbeterde versie.

4 - 7 jaar

Gezichtjesschaal of FLACC + VAS verpleegkundige

Bij kinderen van 4 tot 7 jaar wordt de gezichtjesschaal gehanteerd. Zij kunnen begrijpen wat de uitdrukking op het gezichtje betekent. De scores van de gezichtjesschaal worden vertaald in een numerieke schaal van 0-10. Bij een score boven 3 heeft de verzorger een indicatie dat er iets aan de hand is. Als verzorger ga je dan in gesprek met het kind en/of de ouders. Je gaat op zoek naar een oorzaak, zoals: zit het gipsverband te strak, heeft het kind heimwee?

 

7 jaar en ouder

VAS

VAS (Visueel Analoge Schaal) wordt ook wel NRS (NumeRieke Schaal) genoemd. De VAS-schaal is in de praktijk al zo geïmplementeerd dat wanneer we VAS schrijven, we NRS bedoelen. Bij jonge kinderen is het handig om een tastbare NRS te gebruiken in de vorm van een liniaal.

Een kind van 7 jaar en ouder begrijpt de betekenis van een cijfer. De VAS (Visueel Analoge Schaal) wordt hierbij gehanteerd. De verzorgers leggen uit dat op de pijnliniaal 0 geen pijn is en 10 hele erge pijn. Het kind geeft vervolgens een cijfer. Ook hier geldt dat een score boven de 3 betekent dat er iets aan de hand is met het kind. Je gaat in gesprek met kind en/of ouders. Je probeert er achter te komen door alles na te lopen, zoals: heeft het kind zijn pijnmedicatie gehad?

 

Volwassenen

NRS

NRS (NumeRieke Schaal) is vragen aan de patiënt om een getal te geven aan de pijn tussen 0 en 10 (0 is geen pijn, 10 de ergst denkbare pijn). Het voordeel is dat je er geen latje bij nodig hebt en dus patiënten die niet met een latje kunnen omgaan (slechtzienden, hand in gips, infuus in hand, e.d.) gemakkelijk een score kunt geven.

REPOS

Repos (Rotterdam Elderly Pain Observation Scale) is een gedragsobservatieschaal. Tweederde van de mensen in een verpleeghuis lijdt pijn. Dat wil zeggen: het gedeelte van de mensen dat het nog kan vertellen. Maar veel mensen met dementie kunnen hun pijn niet uiten. Erasmus MC te Rotterdam ontwikkelde Repos, een goede pijnschaal om pijn bij mensen met dementie te herkennen. Het resultaat van de observatie wordt uitgedrukt in een cijfer van 0 tot 10, waarbij 0 helemaal geen pijn is en 10 de ergste pijn.

 

Meervoudig complex gehandicapten (MCG)

FLACC

De FLACC (Faces, Legs, Activity, Cry and Consolability) is een gedragsobservatieschaal die bij kinderen van 0 tot 4 jaar, maar ook bij ernstig geretardeerde, oudere kinderen kan worden toegepast. De verzorger observeert het kind tijdens de verzorging (grimas in het gezicht, beweeglijkheid en dergelijke) aan de hand van een scorelijst. Een score tussen de 3 en 7 betekent matige pijn, een score hoger dan 7 geeft ernstige pijn aan. Als verzorger probeer je uit te zoeken wat de oorzaak zou kunnen zijn, zoals: zit het infuus nog wel goed, heeft het kind honger, angst of verdriet? Naast de observatieschaal geeft de verpleegkundige een cijfer (0-10) voor het welbevinden van het kind.

De oorspronkelijke versie van deze schaal is herzien door het WKZ. Jonkman Pijnzorg maakt gebruik van deze verbeterde versie.

CPG

CPG (Checklist Pijn Gedrag) is ontwikkeld in het Sophia Erasmus MC te Rotterdam. Dit is een lijst met tien non-verbale uitingen van pijn. Deze uitingen worden als kenmerkend gezien voor kinderen met een diep verstandelijke handicap. Verzorgenden kunnen aan de hand van deze lijst de kinderen observeren en het gedrag scoren. De score wordt uitgedrukt in een cijfer. De totaalscore kan variëren tussen de 0-10. De hoogte van de score geeft inzicht in de vraag of er sprake is van pijn en zo ja, in welke mate.

NCCPC-R

NCCPC-R is een pijncontrolelijst voor niet-verbaal communicerende gehandicapten. Deze schaal is ontwikkeld in Reinaerde, een instelling voor meervoudig complexe patiënten. Aan de hand van zeven gedragsobservatie-items observeer je de patiënt met gebruikmaking van deze lijst. De score wordt uitgedrukt in een cijfer. Een totaalscore van 7 of hoger is een indicatie dat de patiënt pijn heeft. Een score van zes of lager is een indicatie dat de patiënt geen pijn heeft.